Abel is 31 jaar en woont nog bij zijn ouders. Hij is de deur nog nooit uit geweest. Hij brengt zijn dag door met zeuren tegen zijn autoritaire vader Victor en toegevende moeder Duif. Niemand krijgt vat op Abel. Na een ruzie wordt hij door zijn vader op straat gezet. Daaropvolgend trekt hij in bij Zus, de vriendin zijn vader.